Letter De jongen en de geest.


Het was er schemerig, en de jongen liep door wat eens een bruisend dorp was geweest. De lucht aan de hemel had een zachte oranje gloed, en aan de horizon in de verte kon je de mist zien optrekken in de richting van het verlaten dorp. De gebouwen waren grotendeels vervallen. Wat er nog restte waren ruïnes van steen, glas en hout. Hij was niet bang, er was niets om bang voor te zijn, maar de sfeer van deze verlaten plek was zo stil dat hij de neiging moest onderdrukken om te sluipen.Hij wist precies hoe hij moest lopen, of liever gezegd hij voelde dat. Het was een weten dat zijn denken oversteeg. Het leek alsof hij in zichzelf een kompas droeg, dat hem wees waarheen hij moest gaan. Hij zuchtte en snoof de lucht diep in.

De jongen liep op een gebouw af dat zich in een zijstraat van de hoofdweg bevond. Het was een doodlopende steeg, en vroeger was het vooral een winkelstraat geweest, wist hij. Het pand was een winkel waarin zich nog steeds een deur  bevond. Het dak was in de loop der tijd vervallen, en wat eens een prachtige etalage was geweest was nu niet meer dan een berg puin van glasresten en stukken steen.
Hij liep op de deur af en duwde er tegen, hij moest wat kracht zetten, maar na een kort protest gaf de deur toch mee.

De jongen stond nu midden in wat ooit een winkel in delicatessen was geweest. De toonbank stond er nog, maar verder was het een grote vervallen chaos. Het licht stroomde door het verwoeste dak en kleurde alles met een oranje - gouden waas. Hij liep voorzichtig over de brokstukken en stapte achter de toonbank, daar bevond zich een kleine ruimte met een doorgang naar een grotere ruimte erachter. Hier werden vroeger de bestellingen klaargemaakt. Op de grond lagen de resten van wat eens een deur was geweest. Verweerde letters vormden een woord dat hij nu niet meer kon lezen. Het was ook niet belangrijk. Hij ging door wat eens een deuropening was geweest en stond nu in een grotere ruimte, die opmerkelijk genoeg nauwelijks door het verval was aangetast. Er stond een grote tafel, en aan een zijde van de muur stond een brede, hoge witte kast.

Hier was het wist de jongen. ‘Hallo, ik wil even met je praten’ sprak hij luid. Zijn stem klonk wat onwennig in deze vreemde omgeving. ‘Hallo, kom eens hier’ sprak hij weer. De jongen voelde de zenuwen in zijn keel. Het was tijd om het gesprek aan te gaan. 
‘Wie is daar’ klonk een zachte, ijle stem. ‘Kom, ik wil je wat vertellen’ sprak de jongen weer.Voor hem naast de kast ontstond een helder schijnende waas van goudgeel licht, het was iets dat je nog het beste kon omschrijven als een lichtgevende platte kwal. En met enige moeite, zo leek het althans, ontstond een gezicht aan de bovenkant van het kwallenlijf. Het was geen onvriendelijk gezicht en het leek erg oud en vermoeid.


Letter Bedankt dat je wilde komen, mijn geest..
 

..ik wilde je vragen waarom je hier nog bent, zo ver van waar je hoort?’ Vroeg de jongen.
De geest leek in te ademen, en dreef langs de jongen naar de tafel toe.
‘Ik wacht al heel lang tot de anderen mij komen halen, het zal nu niet lang meer duren” De jongen schudde zijn hoofd ‘Nee, jij wacht niet, niemand wacht zo lang, jij verstopt je’

‘Ik begrijp het niet..’, zei de geest met een verwarde klank in zijn stem, ben je een oude klant? De jongen negeerde de vraag van de geest.
‘Waarom wacht je zolang op anderen, als dat jou nergens brengt? Er zijn geen klanten en er is niemand meer die op je wacht, behalve ik’ sprak de jongen. ‘Ze komen altijd,’ sprak de geest, ‘en ik help met alles wat ze doen, ik spreek met hen en leef met hen, ik mag echt eens met ze mee, je zult het zien.’ ‘Jij wilt zo graag net als die anderen zijn..’ zei de jongen. ‘Je probeert te praten en te doen als de rest. En toch ben je niet gelukkig. Ik ben gekomen om het je duidelijk te maken. Weet je…jij bent niet wat je kunt zijn, jij zoekt een leidraad in het leven van anderen en dat klopt niet.'‘Maar de anderen weten vast wel dat ik hier ben’, sprak de geest..

De jongen keek de geest aan en zei toen. ‘Dat ze weten dat je er bent, wil niet zeggen dat je deel van ze uitmaakt, je hebt geen overeenkomsten met de anderen die groot genoeg zijn om bij ze te horen’

De geest zweefde onrustig rond in de kamer. ‘Maar als ik niet op de anderen lijk, als ik niet ben als een van de anderen.. dan ben ik zonder doel, ik ben dan zo waardeloos..’ jammerde de geest. De jongen reageerde verbaasd. ‘Waardeloos? Hoe weet je dat? Je bent al zo lang niet echt jezelf geweest, je bent zonder eigenheid in dit bestaan. Zoek de verschijning en vorm die bij jou past, die toont wat jij bent en voelt. Zorg dat je jouw eigen wensen en verlangens ook echt begrijpt, dat je snapt waarom ze bij je passen. Zoek naar je doel in dit bestaan, naar wat jou een innerlijke naam geeft. Als je stopt te verlangen naar het leven van een ander, en je eigenheid omhelst, dan zul je een echte geest zijn.’

De geest zweeg en keek de jongen aan. Toen vroeg hij; 'maar wat als de anderen me dan alleen maar aardig vinden? Wat als ze me niet respecteren omdat ik niets kan of weet dat voor hun belangrijk is? Wat als ik aardig wordt gevonden omdat ik volgens hen zielig ben, een beetje mislukt ben. Ik ben zo vreemd als ik niet als de anderen ben.’

‘Maar jij en zij hebben verschillende ervaringen, die kun je niet vergelijken’ zei de jongen. 

De jongen zocht naar een voorbeeld en vervolgde toen: ’Er bestaan bomen en planten die niets anders doen dan groeien, heel hun leven lang. Wie ben jij om te bepalen dat je nu al weet hoe je later zult worden. Wat je bent, is een groeiend bewustzijn, je ontwikkeld je net zo lang, tot je niet meer past in de vorm die je hebt. Dat geldt voor alle dingen, dat geldt voor hen en ook voor jou.
Wat jij als mislukt ziet, is een oordeel dat jij een ander in de mond hebt gelegd, dat je zielig bent is een oordeel dat jij maakt voor een ander. Zolang je groeit en in de wereld bent, zul je de kans hebben om anderen en jezelf te verrijken met nieuwe ervaringen en inzichten. Dat kan nooit een mislukking zijn.’ De geest zweeg nog steeds, maar keek nu wat rustiger.


Een tijd was het stil.. de geest leek in zichzelf gekeerd en begon steeds sterker te stralen…’Wie ben je?‘ vroeg de Geest uiteindelijk aan de jongen. 'Ik ben ons lichaam, mijn geest en ik kom je halen uit de ruines van jouw verleden. Ik wil je naar mijn hier en nu brengen.’ De geest keek hem heel lang aan en vroeg; ‘maar je bent zo jong, hoe kun je bij mij horen? Ik ben al zo oud..’

De jongen deed een stap dichterbij.
‘Ik ben je lichaam zoals het over een tijd zal zijn' De jongen stak zijn hand uit naar de geest. ‘Alles groeit en ontwikkelt zich, het leven verkent, creëert en deelt samen met andere bewustzijnsvormen een ander bestaan. Net als jij kent het ook het tastbare leven een eigen bewustzijn. Samen helpen wij elkaar nieuwe ontwikkelingen te ervaren, en eeuwig te groeien. Het is tijd dat je jouw eigen vorm vernieuwt, het is tijd om het leven opnieuw te ervaren, en opnieuw te groeien.’ De jongen raakte nu de geest aan.

De geest trok in de jongen en samen vervaagde ze. Niet lang daarna slaakte de jongen hun eerste kreet en werd hij nog na rillend van de bevalling, liefdevol op de buik van zijn moeder gelegd.

kunstenaar

Efemeriden

Weegschaal
Zon in Weegschaal
25 graden
Waterman
Maan in Waterman
13 graden
Eerste kwartier
Eerste kwartier
8 dagen oud